terug

De Ict missie/visie van Arkelstein ligt in het verlengde van de algehele schoolmissie.
Daarom heb ik allereerst de missie en visie overgenomen uit het schoolplan 2014-2018, om vandaaruit over te stappen naar de ict missie/visie/strategie

Missie van het praktijkonderwijs
Wij willen: Visie van het praktijkonderwijs.
De leerling zit aan het stuur van zijn ontwikkeling en wij ondersteunen de navigatie. Wij bieden vraaggericht (afstemmingsgericht) onderwijs.

uit: schoolplan 2014-2018 Etty Hillesum lyceum Arkelstein
(opgesteld door G.Pennings, directeur van het EHL Arkelstein)

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Aan bovenstaande missie, is de ict missie van Arkelstein gekoppeld:
1. wij willen onze leerlingen mediale handvatten aanreiken, die zij zinvol en verantwoord kunnen inzetten in hun woon, werk en vrije tijdssituaties.
2. wij willen dat docenten hun vakbekwaamheid en pedagogisch-didactisch handelen enten op het vraaggericht onderwijs
3. wij willen dat docenten de inzet van ict hulpmiddelen bij hun administratieve werkzaamheden ervaren als gewin, gemak, genot.
4. wij willen dat ouders/verzorgers gemakkelijk (= online) inzicht krijgen in de ontwikkelingen van hun kind, waardoor de samenwerking tussen school en ouders wordt gestimuleerd.

De formulering van bovenstaande missie, maakt duidelijk dat 3 doelgroepen in beeld zijn:
a. wie is de doelgroep (uit de ict missie is duidelijk, dat de leerling, de docent, de ouders de doelgroep zijn)
b. wat wil deze doelgroep
Hieraan gekoppeld liggen de vervolgvragen:
c. hoe kan de school in deze behoefte voorzien (welke technieken/strategieën zijn beschikbaar)
d. welke omgevingsfactoren beïnvloeden de missie, waardoor visie en strategie aangepast worden.

Zoekend naar een visueel overzichtelijk schema, om de missie te verduidelijken en daaraan te koppelen de visie/strategische planningsprocessen, heb ik 2 modellen gecombineerd:
het Abell model (een marketing model) en T-pack (een ict model).

In onze schoolmissie/ ict-missie zijn er 3 doelgroepen:
leerlingen / docenten / ouders

In het midden staat de technologie.
De 3 doelgroepen hebben hier hun vraag neergelegd.
De technologie tracht de vragen te beantwoorden op technologisch- en strategisch terrein.

De omgevingsfactor beïnvloedt de piramide van buitenaf

Hieronder vindt de uitwerking plaats van de afzonderlijke piramide-delen

 

 

-------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

 


De huidige leerlingen, geboren na 1988, zijn opgegroeid in een multimediale samenleving . Dit heeft hen gevormd tot leerlingen , die:

- lateraal werken (associaties aanbrengen in bestaande informatie)
- geen behoefte aan autoriteit; structuur in het leren brengen ze zelf aan.
- functioneel werken ( "hoe duur is het ? wat levert het op ? )
- concreet werken ( = lezen en direct reageren; leren voor nu)
- omgaan met discontinue informatie (hierin zit een relatie met multitasken)
- beeldgericht werken ( plaatje in plaats van praatje)
- samen werken, fysiek of via netwerken
- tijd- en plaatsonafhankelijk bezig zijn.
- gamen
- respect, waardering opbrengen voor iemands kennis/kunde, ongeacht de leeftijd (verticale segmentatie)
- zichzelf profileren (Hyves, Facebook, LinkedIn, kledingstijl, tatoeage, weblogs)
- geïnformeerd worden (niet overtuigd worden)

bron: "generatie Einstein" / J.Boschma en I.Groen)
--------------------------------------------------------------------------------------

in een artikel van leermiddelenVO wordt een kanttekening geplaatst bij VMBO leerlingen:

"De vmbo’ers daarentegen:
- hebben een voorkeur voor niet-tekstueel lineair leren
- hebben behoefte aan structuur en (stapsgewijze) instructie
- willen een aardige, toegankelijke docent met goede didactische vaardigheden en vakkennis
- werken graag samen omdat dat gezellig is, maar niet omdat dat meer leerrendement oplevert
- geven de voorkeur aan beeld boven tekst

Vmbo'ers hebben moeite met:
- lezen
- het omgaan met grote hoeveelheden informatie
- het duiden van lesstof en met het in een context plaatsen van lesstof
- het beoordelen van de toepasbaarheid en de relevantie van lesstof
- het combineren van taken."

Deze restricties t.a.v. VMBO leerlingen gelden eveneens voor praktijkschoolleerlingen.
In de visie/strategiebepaling moet hiermee rekening worden gehouden.

Waar is binnen het praktijkonderwijs en VMBO behoefte aan:
- behoefte aan instructie
- behoefte aan niet-tekstueel lineair leren
- behoefte aan een docent die de leerling door het leerproces begeleidt.
- behoefte aan docenten die aardig zijn en over goede didactische eigenschappen beschikken.

(bron: .leermiddelenVO; VMBO'rs behoren niet tot de Generatie Einsteinl)
------------------------------------------------------------------------

 

 


De docenten van Arkelstein zijn doordrongen van het feit, dat de didactische aanpak leerlinggericht dient te zijn. Hieraan wordt hard gewerkt.
Inzet van mediale hulmiddelen zijn daarbij niet meer weg te denken.

In welke context krijgen docenten van Arkelstein te maken met ict ?

A. ict systemen gebruiken voor het organiseren van hun werk
1. administratieve zaken digitaal vastleggen, beheren en delen. (lis, lvs)
2. voortgang van leerlingen digitaal zichtbaar maken en volgen (elo, portfolio)
3. communicatiemiddelen inzetten voor het verantwoorden van hun eigen werk bij leerlingen, ouders, collega's

B. de eigen vakbekwaamheid onderhouden en versterken, gebruik makend van ict hulpmiddelen.
(bronnen raadplegen, ervaringen uitwisselen via digitale forums, facebook, linkedIn e.d.

C. het pedagogisch-didactisch handelen toespitsen op het leertraject van de individuele leerling.
Daarvoor is nodig:
1. kennis over de impact die de digitale wereld heeft op het opgroeiende kind.
2. verbinding kunnen leggen tussen leerdoel, werkvorm en de inzet van ict-hulpmiddelen (zie T-pack model)
3. positieve overtuiging, welke meerwaarde ict heeft in het onderwijsaanbod.

(bron: Vives 132: kader voor ict bekwaamheid leraren)
----------------------------------------------------------------------------------

 

 

Er zijn verschillende redenen om met ouderbetrokkenheid aan de slag te gaan en het te vergroten. Uit uiteenlopende onderzoeken blijkt dat ouderbetrokkenheid helpt bij
1. het verbeteren van de leerprestaties,
2. het gedrag en de werkhouding van kinderen.
3. Ook helpt ouderbetrokkenheid bij het voorkomen van schoolverzuim en –uitval.
4. Ook zijn betrokken ouders van belang voor de vitaliteit van de schoolgemeenschap.

De Onderwijsraad benoemt in haar advies 'Ouders als partners’ (2010) 4 soorten motieven om met ouderbetrokkenheid aan de slag te gaan. Deze motieven komen uit het onderzoek ‘Neemt ouderparticipatie af?’ van Overmaat en Boogaard uit 2004 (uitgever: Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut).

Vanuit deze motieven werken Nederlandse scholen aan ouderbetrokkenheid:

  • Pragmatisch motief: taakverlichting van de school
  • Pedagogisch motief: afstemming opvoeding ouders en school
  • Onderwijspsychologisch motief: leerproces kinderen verbeteren
  • Maatschappelijk motief: vorm van democratisering en middel tot culturele integratie
Verantwoordelijkheid schoolontwikkeling niet alleen bij onderwijs leggen

(bron: http://www.kennisnet.nl/themas/ouderbetrokkenheid/visie-en-aanpak/waarom-moet-ik-iets-aan-ouderbetrokkenheid-doen/ )
-------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

De term ´technologie"(overgenomen uit het Abell-model) moet breed worden opgevat.
Bij technologie moet niet alleen worden gedacht aan de techniek (hardware, software, internet), maar ook aan de strategie om aan de behoefte van de 3 doelgroepen te voldoen.
Omdat ict ontwikkelingen op school de technologische ontwikkelingen volgen, heb ik de term "technologie" aangehouden.

De vraagstelling(behoefte) is deels specifiek voor de doelgroep, deels voor meerdere groepen.

Het is moeilijk in te schatten, welke kennis, vaardigheden en attitudes  onze toekomstige volwassenen nodig hebben.
Duidelijk zichtbaar is wel de overgang van een industriële samenleving naar een netwerksamenleving (ook wel digitale tijdperk genoemd)
(zie ook: technotrends)


Welke vaardigheden zijn ( voor zover wij kunnen inschatten) nodig, om zinvol te functioneren in de 21e eeuw  ?
Naast Taal en rekenen en de kernvakken, zijn de volgende competenties van belang.
1.samenwerken,  (Gezamenlijk een doel halen, elkaar aanvullen, inspireren, ondersteunen.)
2.creativiteit,  (Het vermogen om nieuwe ideeën, benaderingen, oplossingsstrategieën en inzichten buiten de gebaande paden te creëren en te optimaliseren.)
3.ict-geletterdheid, (Vaardigheden voor het effectief en efficiënt gebruik van technologie. Daarbij komen ‘technologische geletterdheid’ en ‘informatievaardigheden’ samen.) (zie ook: beleid mediawijsheid)
4.communiceren, (Het effectief en efficiënt overbrengen en ontvangen van een boodschap.) (zie ook: beleid mediawijsheid)
5.probleemoplossend vermogen, (Het (h)erkennen dat problemen bestaan en tot een plan van actie kunnen komen om deze op te lossen.)
6.kritisch denken (Het vermogen om onafhankelijk van anderen een eigen visie of onderbouwde mening te formuleren.)
7.sociale en culturele vaardigheden (In staat zijn om met mensen van verschillende etnische, sociale, organisatorische en politieke achtergrond effectief samen te leren, werken en te leven)
8.een betrokken, ondernemende en nieuwsgierige houding
(bron: http://www.kennisnet.nl/themas/21st-century-skills )

Hoe gaat het onderwijsaanbod er uit zien ?
Geen enkele leerling is hetzelfde. Daarom dient het lesaanbod op het individu te zijn toegespitst.
Voor deze benadering kennen we de term: “passend onderwijs” of "leerlinggericht onderwijs".

Welke factoren dwingen scholen ertoe om aandacht te besteden aan passend onderwijs ?
1. We erkennen steeds meer, dat kinderen de school binnenkomen met een grote verscheidenheid aan talenten; dat er "denkers" zijn en "doeners"; dat er leerlingen zijn die visueel of auditief zijn ingesteld.
2. We erkennen steeds meer, dat de maatschappij (toekomstige) werknemers vraagt die autonoom kunnen functioneren
3. We erkennen steeds meer, dat er kwetsbare kinderen zijn, die behoefte hebben aan structuur (bijv. leerlingen met ADHD, beperkte cognitieve vermogens, hebben juist behoefte aan meer structuur binnen het zelf ontdekken. In deze categorie vallen ook veel Praktijkschoolleerlingen).
4. We erkennen steeds meer dat er hoogbegaafde leerlingen zijn.

------------------------------------------------------------------------------------------


Hoe zal het leren in 2018 op Arkelstein er uit zien , rekening houdend met de maatschappelijke veranderingen ( van industriële - naar netwerkmaatschappij) en de daaraan verbonden vaardigheden, om in deze snel evoluerende samenleving te functioneren ?
In 2018 zullen ook Praktijkschoolleerlingen  gewend zijn aan gedifferentieerd werken, waarbij
- ict voor ongeveer 30 % is ingebed in de les.
- De leerling niet alleen als consument, maar ook als producent met zijn leerproces bezig is.
- Waarschijnlijk de technische ontwikkeling zodanig gevorderd is, dat  (persoonlijke)devices en de (school)infrastructuur steeds beter op elkaar zijn ingespeeld.
- plaats- en tijdonafhankelijk werken heeft zijn intrede gedaan. De school wordt meer een ontmoetingsplaats, dan een leerplek.
- groepswerk
- de docent verantwoordelijkheden naar de leerling heeft overgedragen

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hoe bereidt Arkelstein zich voor op 2018
(welke strategie hanteert Arkelstein)
lees meer
---------------------------------------------------------------------------------------

De omgevingsfactor (uit T-pack) ligt als een deken om de piramide heen en is medebepalend voor de krachten binnen de piramide.

in het marketingmodel van Abell zou de pirmamide de micro-omgeving zijn.
Buiten de piramide zijn krachten werkzaam op meso- en macro niveau.

- op meso-niveau: de buurt, de de centrale directie, de schoolinspectie, stagebedrijven, het imago, de aanwezige ict-hulpmiddelen/ict gelden

- op macro-niveau: demografische ontwikkelingen, economische ontwikkelingen, sociaal-culturele ontwikkelingen, technologische ontwikkelen, ecologische ontwikkelingen en politiek-juridische ontwikkelingen.

In het verdere verslag wordt alleen aandacht besteed aan de ontwikkelingen op micro niveau